full screen background image

Onze paarden

Terug naar alle paarden

Manoir

Opgenomen: 1978-04-12
Geb. Datum: 1978-04-12
Geslacht: Ruin
Ras: Merens
Ras Info:
Soort:
Kenmerk:
Schofthoogte: 145
Afkomstig: Lunteren
Manoir

Begin jaren tachtig zat ik op de kunstacademie in Groningen, terwijl mijn vriend, Jaap de Ruig, op een boerderij in Frankrijk woonde. Toen ik een invulling moest bedenken voor mijn stagejaar, bedachten we dat we samen op reis wilden gaan. Tijdens die reis zou ik kunstwerken maken, die ik kon exposeren op mijn eindexamen- tentoonstelling. Reizen per auto wilden we niet, want we hadden geen rijbewijs en maar weinig geld. Daarom besloten we een woonwagentje te bouwen en een pony te kopen.

Dat deden we in de streek waar Jaap woonde, de Bourgogne. Veel van de materialen voor het woonwagentje vonden we op de vuilnisbelt. De pony werd de New Forester Anna. Eenmaal onderweg bleek dat Anna weliswaar mooi was, maar bang en onberekenbaar. Zelf waren we veel te onervaren. Als bit gebruikten we bijvoorbeeld een stuk tuinslang omdat ons dat zachter voor Annas mond leek.

Toen we uiteindelijk in de Ariège waren aanbeland, onder aan de Pyreneeën, besloten we een nieuw trekdier te kopen. Dat werd, na de nodige financiële kopzorgen, de ruin Manoir, een Mérens, een ras van kleine zwarte bergpaardjes. Manoir is geboren in 1978, hij was in die tijd vijf jaar oud. Onder zijn manen had hij een witte vlek in de vorm van een V: een nieuwe methode om de Mérens-paardjes, die gedurende de zomermaanden vrij in de bergen lopen, te merken. Verder was Manoir een prachtig dier, we waren meteen verliefd op hem.

Manoir heeft het woonwagentje zonder problemen terug naar de Bourgogne getrokken. Hij at wat hij vond aan de kant van de weg, we hebben hem nooit hoeven bijvoeren. Inmiddels bezaten we een degelijk tuig met een haam, een Pelham-bit en oogkleppen. We wilden ook graag een nieuwe woonwagen hebben, die we weer zelf bouwden: mooier, groter en toch lichter. Jaap leerde hoeven te beslaan. Uiteindelijk heeft Manoir de nieuwe woonwagen naar Nederland getrokken. Ook een geit reisde mee. Ik schreef in die tijd artikelen voor De Hoefslag over onze belevenissen. Een advertentie in dat blad leverde een reactie op van een mevrouw uit Ede, Christien de Nobel, die op een groot terrein in het bos woonde. Daar verbleven Jaap, Manoir en ik vier jaar.

Jaap en ik hebben in die tijd ook nog een tocht door Drenthe met Manoir gemaakt, waarover we wekelijks schreven in een krant. Later, toen we naar Breukelen verhuisden, is hij met ons meegegaan, maar toen we opnieuw verhuisden, ditmaal naar Amsterdam, kon Manoir weer bij de familie De Nobel in Ede terecht. Mevrouw de Nobel heeft kinderen en volwassenen rijles op zijn rug gegeven. Haar dochter Noeska bracht hem bij de paarden uit in de dressuur, waar hij het tot M2 schopte. Ook springen kon hij, eenmaal heeft hij een hoogte van 1.10 m. bedwongen. Tijdens een keuring van de Nederlandse Mérensvereniging werd hij uitgeroepen tot ere-kampioen.

Hoewel Manoir een ruin is, heeft hij er altijd plezier in gehad merries te dekken. Hij kan jubelend hinniken, het lijkt wel zingen. Zodra er iets te eten in de buurt is, heeft hij geen enkele andere interesse meer.

Amsterdam 2005, Mariët Meester

www.marietmeester.nl